Inleiding

In de uitleg van de kaartenreeks komt vaak het begrip oude wijsheidstradities voor. Voor deze overkoepelende term is gekozen om verschillende geestelijke stromingen te kunnen benoemen die zich door de eeuwen heen hebben bezig gehouden met de ‘oervragen’ van ons menselijk bestaan. Hier volgt een kort overzicht van de verschillende geestelijke stromingen en culturen die hierbij horen, in een geografisch en historisch kader. De bronnen beperken zich tot de tradities die een directe invloed op ons westerse mens- en wereldbeeld hadden. 

Culturen beïnvloeden elkaar door de eeuwen heen

We kunnen ervan uitgaan dat culturen elkaar door de eeuwen heen hebben beïnvloed zonder hierbij helemaal hun culturele eigenheid te verliezen. De voor onze westerse cultuur belangrijkste route waarop deze kruisbestuiving heeft plaats gevonden was langs de Zijderoute. Een goed gedocumenteerd voorbeeld hiervan is de kennis die onder het begrip Alchemie valt. Wij vinden sporen ervan in China, India, en de Arabische wereld van waaruit zich het gedachtegoed via Spanje naar Noord Europa verspreidde.

De oudste historische bronnen dateren van rond 3000 v. Chr. Voorbeelden hiervan zijn het in spijkerschrift geschreven Mesopotamische Gilgamesh Epos en delen van de op palmblad geschreven teksten uit de oud Indiase vedische cultuur. Dat betekent dat onze kennis van het mens- en wereldbeeld uit deze regio’s gebaseerd is op de schriftelijke bronnen die wij hiervoor kunnen raadplegen. Ervan uitgaand dat deze refereert aan oudere mondelinge tradities, kunnen wij geen uitspraken doen over hoe oud deze kennis daadwerkelijk is.

Het gaat om esoterische kennis

Voor de kaartenreeks ‘de Reis van de Held’ heb ik de betekenislaag van mythologieën uit de Mesopotamische cultuur gebruikt en esoterische teksten van Alchemistische oorsprong uit uiteenlopende periodes, vroeg christelijke gnostische teksten, hermetische bronnen en literatuur uit de oud Indiase vedische cultuur.

Onder esoterische literatuur verstaan wij teksten die refereren aan kennis die door de eeuwen heen in vele culturen alleen voor ‘ingewijden’ toegankelijk was. Aangezien deze teksten door wetenschappelijk onderzoek en publicaties tegenwoordig voor iedereen toegankelijk zijn geworden, kunnen we ook uitspraken doen over de inhoud hiervan.  Hierdoor wordt duidelijk dat het volgen van een inwijdingsweg  alleen onder begeleiding van een ingewijde en onder inachtname van allerlei leefregels gedaan kon worden. Het doel van deze weg was het bereiken van een hoger bewustzijnsniveau. In de oosterse wijsheidstradities is de kennis omtrent het volgen van  het pad van Yoga nog steeds levend en beleeft wereldwijd onder leiding van oosterse Yogis juist in het westen een enorme revival. 

We kunnen concluderen dat in alle culturen en ten allen tijden uitleg wordt gegeven over: de schepping van Kosmos, aarde en mens en de relatie tussen de fysieke wereld en de metafysische wereld. Deze onderwerpen vinden hun uitingsvormen in: mythologieën, liederen, legenden en talloze religieuze teksten. In al deze teksten staat de vraag naar het mysterie van het bestaan centraal. Zo vinden wij dan ook in alle culturen rituele en liturgische beschrijvingen die direct of indirect over de relatie gaan tussen de mens en het goddelijke. Voorbeelden hiervan vinden wij in de alchemie als ‘de steen der wijzen’ en in de Gnostisch-christelijke traditie als het  bereiken van het ‘koninkrijk’.

Inwijding in de geheime leer

Zoals gezegd speelt in de esoterische literatuur de inwijding in een hoger bewustzijn een grote rol. Men gaat ervan uit dat de mens niet alleen uit zijn lichaam en zijn persoonlijkheid bestaat zoals wij deze als individu waarnemen maar dat er een deel van ieder mens eeuwig en onsterfelijk is. Het proces en de beproevingen die nodig zijn om van onwetendheid, over het bestaan van dit onsterfelijke deel, tot de ‘ware’ kennis achter ons bestaan te komen, wordt in alle tradities beschreven. Dit is het thema dat schuil gaat achter ‘het grote mysterie’.

In de Upanishaden, die deel uitmaken van de Vedische schriften wordt dit als volgt verwoord:

‘Het is het Ene Zelf, Het doordringt het ganse heelal,

Het is het Vuur, de goddelijke Geest die de stof bezielt,

Wie Het kent wordt bevrijd van het Wiel van leven ene dood,

Het moet worden gekend, er is geen ander Pad te gaan.’

In zijn boek ‘De heilige wetenschap’ beschrijft Swami Shri Yoekteswar (1855-1931) vanuit zijn oosterse wereldbeeld waarom de mens god niet kan kennen.

Citaat:

‘Van oudsher gelooft de mens intuïtief in het bestaan van ‘het wezen’, waarvan de voorwerpen der zinnen- dat wil zeggen, alles wat met de zintuigen: smaak, gevoel, gezicht, gehoor en reuk wordt waargenomen en de samenstellende delen van deze zichtbare wereld vormt- slechts uitdrukkingsvormen zijn. Daar de mens zichzelf identificeert met zijn stoffelijke lichaam dat samengesteld is uit de voorgenoemde uitdrukkingsvormen, kan hij met zijn onvolmaakte organen slechts deze eigenschappen begrijpen en niet ‘het wezen’, waartoe deze uitdrukkingsvormen behoren. Het goddelijke, de enige werkelijkheid in het heelal, kan daarom door de mens van deze materiële wereld niet begrepen worden, tenzij hij zelf van ‘het wezen’ wordt doordrongen door zichzelf te verheffen, boven deze schepping van duisternis.’

Esoterie wordt ook wel de geheime kennis genoemd. Alle monotheïstische godsdiensten kennen een esoterische leer. Bijvoorbeeld de kabbala bij het Jodendom, de Gnostische teksten van het Christendom en de Sofistische literatuur van de Islam. Deze leer was over lange periodes alleen maar toegankelijk voor een ingewijd publiek omdat ze als sacraal en heilig gezien werd en zeker niet bestemd was voor de gewone man op straat zoals in het volgende citaat te lezen is:

Het zou van een oneerbiedige geest getuigen als we een zo geladen verhandeling over de hoogste Majesteit aan het onbegrip van de horde zouden blootstellen, en Asclepius, 32:’En denk eraan, Tat, Asclepius en Ammon, dat jullie deze goddelijke geheimenissen bewaart in de diepste krochten van jullie harten en onder geen voorwaarde aan de openheid prijs geeft.’

Bedreiging voor de katholieke kerk

Vanaf de vroege middeleeuwen vormde deze literatuur een grote bedreiging voor de Rooms katholiek kerk. De esoterische leer begon haaks te staan op de exoterische literatuur, die naar buiten toe gepropageerd werd om op die manier de kerk als een machtsinstrumentarium en bemiddelaar tussen mens en god te positioneren. Aangezien de esoterische leer over de relatie van de individuele mens met het goddelijke gaat, waarop de kerk geen vat kon krijgen, vormde deze een enorme bedreiging voor de machtspositie van de Rooms katholieke clerus. Hieruit resulteerde het conflict dat in de vroege middeleeuwen escaleerde in de vervolging van zogenoemde ketters door de inquisitie. Het bekendste voorbeeld hiervan is de bloedige vernietiging van de katharen als geestelijke stroming maar ook de veroordeling van geleerden, mystici en vrijdenkers uit deze tijd. Denk aan Galileo Galilei, Meester Eckhard, Theresa van Avila, Hildegard van Bingen en Giordano Bruno. De onderdrukking van andersdenkenden resulteerde in het ontstaan van zogenoemde geheime genootschappen waarvan de Rozenkruisers en Vrijmetselaren de bekendste voorbeelden zijn. Klinkende namen als Wolfgang Amadeus Mozart maar ook het echtpaar Kröller-Müller, oprichters van het gelijknamige museum op de Hoge Veluwe, zijn bekende leden geweest.

De ontdekkingen van oude teksten ten tijde van de Renaissance

Historisch gezien is het interessant te zien dat ten tijde van de Italiaans Renaissance de tijdsgeest verandert en het strenge regime van de roomse kerk zijn greep op de rijke bovenlaag van de bevolking begint te verliezen. Men wordt ruimdenkender en vrijer van geest waarbij men graag teruggrijpt op antieke denkbeelden zoals de Griekse filosofie en mythologie en natuurlijk ook op andere in het Grieks geschreven bronnen.

De hermetische geschriften

Een mooi voorbeeld hiervan zijn de esoterische traktaten uit de 2e en 3e eeuw uit Egypte, die onder de naam Corpus Hermeticum bekend zijn geworden. Deze schriften werden aan ene Hermes Trismegistus toegeschreven die daarin zijn wijsheden openbaarde met betrekking tot het verkrijgen van de ware kennis, vergelijkbaar met wat we uit de oosterse literatuur kennen als de Bhagavat Gita. In beide gevallen geeft een goddelijke leermeester in dialoogvorm uitleg aan een mens over het geheim achter ons bestaan aan hand van een symbolisch verhaal. Deze hermetische teksten werden in opdracht van de rijke Florentijnse familie Medici vertaald naar het Latijn (1463), door de neoplatoonse filosoof Marsilio Ficino.

De ontdekkingen van oude geschriften in de negentiende eeuw

In de 19e eeuw zien we weer een periode ontstaan waarbij oude kennis aan het licht komt. Het begint met uitgravingen in Egypte en het Nabije Oosten waarbij de Egyptische en Mesopotamische beschaving in volle glorie herrijzen. Naast de tastbare wereld van steden, piramides, tempels en graftombes, geeft het ontcijferen van de hiërogliefen en het spijkerschrift de meeste informatie over deze lang vervlogen culturen. Door talloze teksten hebben wij ons een mens- en wereldbeeld van deze oude culturen kunnen vormen. Ook kwam de kijk op onze eigen religieuze en cultuurhistorisch traditie in een ander licht te staan.

De Dode Zee rollen

De meest spectaculaire vondsten betreffen teksten die aan het oude-  en het nieuwe testament toegeschreven worden. In de periode van 1947 tot 1956 werden in Qumran, nabij de westelijke Jordaanoever bij de Dode Zee, geschriften gevonden in het Aramees, Hebreeuws en Grieks. Deze teksten  horen bij de joodse Tenach.

De Nag Hammadi geschriften

De Nag Hammadi geschriften werden in 1945 gevonden in Midden Egypte. Deze teksten dateren uit de 1e tot 3e eeuw en zijn in het koptisch geschreven. Het bleek om vroeg christelijke gnostische teksten te gaan. Een deel van deze teksten kon door de Nederlandse hoogleraar Gilles Quispel worden aangekocht met de financiële hulp van Carl Gustav Jung. Het is aan hen en de invloed van wijlen Koningin Juliana te danken dat alle in 1945 gevonden teksten bij elkaar zijn gebleven en voor wetenschappelijk onderzoek beschikbaar werden gesteld. Hier een vers uit het Evangelie volgens Fillipus:

‘De waarheid is niet naakt de wereld in gekomen

Maar in symbolen en afbeeldingen;

Anders zou zij (de wereld) haar (de waarheid) niet kunnen ontvangen.’

Samenvattend

In zijn onderzoek naar de menselijke psyche heeft Carl Gustav Jung gretig gebruik gemaakt van onder meer de hierboven genoemde esoterische kennis. Door de eeuwen heen werd deze uiteindelijk toegankelijk voor iedereen die de weg van bewustzijnsontwikkeling wilde gaan. Op deze manier heeft deze oude kennis niets aan betekenis verloren en blijft zij een zeer wezenlijke inspiratiebron voor de persoonlijke ontwikkeling van mensen van deze tijd.