Zijn karma en lot hetzelfde?

Karma en lot, èèn kant van èèn medaille?

In mijn essay stel ik de vraag of karma en lot hetzelfde aspect is als hét grote, voor ons verstand onvatbare, bouwwerk van het bestaan in zijn totaliteit.

De grote zingevingsvraagstukken zoals: wie ben ik, waar kom ik vandaan en waar ga ik naar toe, horen bij de mens van alle tijden. Hoe meer wij ons hiermee bezighouden des te meer realiseren wij ons dat wij geen afgescheiden wezens zijn. Onze gedachten, gevoelens en handelingen zijn onlosmakelijk met de wereld om ons heen verbonden, door op z’n minst oorzaak-en-gevolg reacties.

Als wij de oude wijsheidstradities van oost en west in haar esoterische kennis volgen, dan wordt er in alle gevallen gesproken van een bouwwerk waarbij het aardse, tijdelijke bestaan een verschijningsvorm van het veel grotere metafysische deel van het eeuwige is. Dit eeuwige deel wordt met het woord ziel omschreven.

In de oosterse traditie waarvan de uit India afkomstige vedische kennis de oudste is, wordt de ziel als deel van het goddelijke geheel gezien, onberoerd van al het aardse leed en alle aardse vreugde. Het aardse leven is aan een cyclisch principe gebonden dat men reïncarnatie noemt. Bij iedere incarnatie wordt de ziel deel van een nieuw leven. In de Veda wordt dit als volgt beschreven: het bewustzijn is de energie van de ziel net als warmte en licht de energie van het vuur zijn.

Het bewustzijn van de mens kent verschillende gradaties van ontwikkeling en maakt volgens deze traditie een ontwikkeling door die met het woord ‘karma’ wordt aangeduid. In eindeloos veel levens bouwt zich een bewustzijn op dat als doel heeft zichzelf te bevrijden uit de cyclus van wedergeboorte op het aardse dualistische niveau.

Mijn onderzoeksvraag luidt dus:

“Is de astrologische geboortehoroscoop de blauwdruk van onze karmische ‘opdracht’ in dit specifieke leven?”

In de vedische traditie gaat men er vanuit dat karma tweeledig is. Aan de ene kant is er het gedeelte dat vaststaat, omdat het afkomstig is uit minstens twee eerdere levens. Op dit gedeelte van het karma kan men geen invloed uitoefenen en is derhalve passief te noemen. Het andere gedeelte van karma is dat gedeelte dat men in dit leven dagelijks opbouwt door de keuzes die men maakt middels zijn vrije wil, actief dus. Hieruit resulteert dat karma altijd het resultaat van onze eerdere gevoelens, gedachten en handelingen is.

Deze zienswijze correspondeert met hetgeen in het artikel ‘Wat is Lot’ van Martien Hermes beschreven staat als:

Twee universele Lotthema’s

Welbeschouwd valt Lot uiteen in twee basisprincipes, die tegelijkertijd en altijd samen ons leven bepalen en hoe men het Lot ervaart: met een passieve en een actieve component. Aan de ene kant is dat het ondergaan en beleven van het leven, wat het tegenovergestelde is van het ondernemen van het leven.

Een belangrijk onderdeel van het reïncarnatieprincipe is het idee dat de ziel voor ieder leven de omstandigheden kiest die nodig zijn om de ongeleerde lessen uit vorige levens een nieuwe kans te geven. Soms kan dat zijn door in een positie terecht te komen waarbij men dat leed of geluk ondergaat dat in een vorig leven veroorzaakt werd. Of men komt in een positie terecht die men zich in een vorig leven gewenst heeft, bijvoorbeeld: ik wil mooi of beroemd worden zodat men kan ondervinden hoe het is om mooi en beroemd te zijn. Hoe ons leven er ook uitziet, de keuze van de ziel bepaalt de omstandigheden.

Praktisch gezien betekent dit de keuze van het genetische materiaal van beide ouders. Dit wordt tevens beïnvloed door de epigenetische invloeden van alle voorouderlijke trauma’s. Voegen wij hier de vaststaande aspecten uit onze horoscoop bij, dan hebben wij de bagage waarmee we in het leven ‘geworpen worden’.

Ik citeer wederom uit het artikel van Martien Hermse:

Het Lot als broodheer

‘Het is het Lot dat verklaart dat mensen een verschillende startpositie hebben in het leven. De filosoof Heidegger (1889-1976) zei het al: ‘Kenmerkend voor onze existentie is dat we in een bestaan worden geworpen dat we niet zelf kiezen.. [het] overkomt ons voornamelijk buiten onze intenties en keuzen om’.

Niemand kiest zijn geboortemoment (hoewel Plato suggereert dat het wel zo is), noch zijn startpositie.

In zijn laatste zin wijkt Martien Hermes af van hetgeen in de vedische traditie wordt beweerd en blijkbaar ook door Plato ondersteund wordt.

Als wij van de hypothetische veronderstelling uitgaan dat Plato en de vedische traditie gelijk hebben, wordt duidelijk waarom zingeving zo belangrijk is. Zoals eerder gezegd, willen alle mensen weten waarom ze hier zijn en wat hun hier te doen staat.

De Duits joodse psychiater Victor Frankle beweerde dat het zingevingsvraagstuk de essentiële drijfveer van het menselijk bestaan is. Zonder zingeving is er geen levenswil. Ook Carl Gustav Jung was van mening dat de mens een intrinsieke (onbewuste) drijfveer in zich heeft die hem in contact wil brengen met zijn hogere bewustzijn. Deze ontwikkeling van het onbewuste EGO naar het béwuste ZELF noemde hij het individuatieproces.

Het psychologische ontwikkelingsmodel van de individuatie en het oosterse ontwikkelingsproces van het pad van yoga zijn bedoeld om ons bewustzijn te ontwikkelen. Ons karakter en het passieve deel van ons lot zijn zichtbaar in onze horoscoop.

Afsluitend kom ik tot de conclusie dat het lot bestaat uit zowel een actief als passief deel, waarbinnen ons leven zich afspeelt.

Wat Jung in 1932 van Yoga vond en welke betekenis de Vedanta filosofie in deze tijd voor het coachingsvak zou kunnen hebben.

Pas een maand geleden kwam ik tijdens een seminar van de Indiase Yogi Sri M. op het spoor van dit boek: The Psychology of Kundalini Yoga, geschreven door Sonu Shamdasani. Het trok mijn aandacht omdat de kruisbestuiving tussen de yogatraditie en de Jungiaanse dieptepsychologie hét thema is waar ik mij de afgelopen jaren zeer intensief mee bezig heb gehouden.

Ook in het contact met Ans Tros (creatief directeur van SchoolvoorCoaching), was precies dit het aspect dat ons verbond: de gedeelde passie voor het werk van Jung en oude wijsheidstraditie – én de wens deze toegankelijker te maken voor een professioneel coachpubliek. Voor wie zich wil laten inspireren door de kruisbestuiving van westerse psychologie en oosterse wijsheidstraditie, is dit boek dan ook een absolute aanrader.

Natuurlijk was ik ervan op de hoogde dat Jung zich intensief met de oud-Indiase Vedische wijsheidstraditie had beziggehouden. Sterker nog, door Jung ben ik met deze filosofische stroming in aanraking gekomen, die achteraf gezien mijn professionele ontwikkeling zeer heeft beïnvloed. Wat ik niet wist, was dat hij in 1932 hierover een reeks colleges heeft gegeven aan de Psychologische Club van Zürich, waarbij hij een psychologische interpretatie gaf van zijn visie op de Kundalini Yoga. Het boek is dan ook samengesteld door Sonu Shamdasani, aan hand van Notes of the Seminar given in 1932 bij C.G. Jung.

Jung bestudeerde deze oude traditie niet vanuit een filosofische of religieuze interesse, maar als inspiratiebron voor zijn eigen psychologie. “These forms of yoga with their rich symbolism afford me invaluable comparative material for the interpretation of the collective unconscious.”

Wel was Jung zeer sceptisch over de invloed van yoga op een westers mens die, geworteld in een Christelijke traditie, volgens hem op zijn eigen cultuur terug moest grijpen: “The more we study yoga, the more we realize how far it is from us.” Vervolgens verwoordt de auteur van het boek Jung’s visie betreffende dit onderwerp als volgt: This led him to conclude that in the course of the centuries the West will produce its own yoga, and it will be on the basis laid down by Christianity.”

Deze zienswijze van Jung maakte mij duidelijk hoeveel er inmiddels in het westen is veranderd. Immers zijn een aantal elementen uit de Yogatraditie in onze moderne westerse cultuur een niet meer weg te denken deel van onze lifestyle geworden.

Maar, hoewel we in het westen yoga veel beoefenen in de vorm van asanas (lichaamshoudingen) en meditatie gebruikt wordt om onze stressgevoeligheid te lijf te gaan, beperken deze activiteiten zich nog voornamelijk tot onze vrije tijd. Toegegeven, mindfulness heeft inmiddels een wetenschappelijke status verkregen en wordt daardoor ook ingezet in het bedrijfsleven bij stresspreventie. Maar toch mis ik de essentie van dat wat de yogatraditie ons te bieden heeft; namelijk de ontwikkeling van ons bewustzijn. Het gaat volgens mij om het ontdekken van de waarde die dit kan hebben op het gebied van persoonlijke en professionele ontwikkeling, niet in het minst binnen de coachingspraktijk. 

Shamdasani omschrijft de inspiratie die Jung in de yogatraditie vond als volgt: “For Jung, yoga represented a rich storehouse of symbolic depictions of inner experience and of the individuation process in particular.”

Nu zou ik zelf de yogatraditie niet als een warenhuis willen neerzetten, maar toch begrijp ik goed dat Jung het verband legt met de inhoud van deze traditie, als het gaat om bewustzijnsontwikkeling en hetgeen hij het individuatieproces van de mens noemde. En laat nou precies deze overeenkomst de trigger zijn geweest die mij zozeer geïnspireerd heeft dat ik voelde: dit is iets dat van grote waarde voor de coachingspraktijk kan zijn. Om collega’s hiermee in contact te brengen heb ik de coachingsmethode De Reis van de Held ontwikkeld. Vanuit mijn trainingsbureau geef ik na- en bijscholingstrajecten aan coaches zodat zij vanuit dit gedachtegoed mensen kunnen begeleiden.

Want uiteindelijk gaat ons vak over het begeleiden van kleine en grote bewustwordingsprocessen. Ook is bewustzijnsontwikkeling  hét onderwerp waar de hele yogatraditie om draait. De lichamelijke oefeningen en de controle van de geest, zijn alleen maar onderdelen die er uiteindelijk voor moeten zorgen dat de mens zich kan ontwikkelen. Dit is het gedachtegoed dat Jung in zijn individuatieproces centraal heeft gesteld.

Anne Pauen is coach, ontwikkelaar en opleider van de Jungiaanse coachingsmethode De Reis van de Held. Voor SchoolvoorCoaching verzorgt zij de gelijknamige workshop.

– Meer informatie over Anne, haar trainingsbureau en het gedachtegoed van De Reis van de Held vind je ook op haar website: dereisvandeheld.nl

Waarom werken met het onbewuste in coachingssituaties zo waardevol kan zijn

Wat zegt jouw onbewuste er nou eigenlijk van?  Mijn inziens naar, een niet meer weg te denken vraag bij het begeleiden van mensen in coachingssituaties.

Als ons ècht iets raakt, komen we woorden tekort. Ook een gevoel is haast niet in taal te vatten. En toch proberen we dat constant te doen. We zijn opgegroeid in een tijd en cultuur waarbij de ratio, het bewijsbare, het tastbare en het verstandelijke zo belangrijk zijn geworden, dat al het andere, wat in ons leeft, op de achtergrond is geraakt.

 Ons onbewuste spreekt in beelden tot ons, net als de archetypische personages in sprookjes, mythologen en legendes. Dit verbindt ons met elkaar, als mens zijnde, in een collectieve bewustzijnslaag, opgebouwd sinds mensengeheugenis.

Het zijn de symbolen die in ons onbewuste tot taal worden. De taal van ons mythisch bewustzijn. Van hieruit ontstonden de verhalen, die de wijsheid van onze voorouders naar onze tijd transporteren.

 Maar doen wij er nog wat mee, met deze oude wijsheden? Zijn zij nog actueel? Passen zij überhaupt nog in onze moderne tijd?

Praten met het onbewuste gaat altijd via- via. Er zijn ingangen voor nodig die door een beeld, een geluid een smaak en geur, of een tastbare waarneming, tot ons spreken. Wonder boven wonder, vinden we dan alle antwoorden waar wij met ons verstand niet onmiddellijk bij kunnen komen. Daarom is hiervoor een brug nodig.

 Pas als we de weg door de ‘onderwereld’ bewandeld hebben, werken we met echte, authentieke informatie, die ons ongeschminkt langs de controlefuncties van ons verstand en ons sociaal wenselijk gedrag brengen.

Mensen reageren vaak overdonderd, spontaan en gefascineerd omdat de beelden iets spiegelen, waarvan zij zich op dat moment niet bewust zijn, maar wel onmiddellijk herkennen als zij ermee geconfronteerd worden. Terugkomend op de beeldtaal van mythologieën, waar in symbooltaal eeuwenoude wijsheden getransporteerd worden. Hetzelfde fenomeen komen we ook in de eeuwenoude wijsheids-tradities tegen, waarvan iedere cultuur haar eigen variant kent. In al deze verschillende uitingsvormen gaat het in wezen om dezelfde vragen die alle mensen ten allen tijden het meest hebben bezig gehouden. De archetypische vragen over de zin van ons bestaan.

Als mens zijn wij compleet. Bij ons menszijn hoort de primaire behoefte naar geluk en een zinvol bestaan. Deze nemen we mee in ons arbeidzame bestaan. Wij als coaches komen deze intrinsieke drijfveer in ieder mens tegen, die wij begeleiden tijdens zijn ontwikkelprocessen. Juist, als het om moeizame en pijnlijke veranderprocessen in iemands persoonlijke of professionele leven gaat.

 Is dan de verstandelijke benadering van een soortgelijke situatie genoeg? Brengt ons een methodiek afgeleid van de cognitieve gedragstherapie, daar waar we heen willen? Is het resultaat dat we hiermee bereiken duurzaam?

In de oosterse filosofie kwam ik de een interessante stelling tegen, die daar zegt: bij alles wat een mens middels zijn verstand bedenkt, put hij uit zijn bestaande informatiebron. Daarbij trekt hij conclusies uit de gegevens waarvan hij zich reeds bewust is. Natuurlijk kunnen hieruit nieuwe inzichten voortkomen, maar zij zijn altijd gebaseerd op reeds bekende informatie. Terwijl, als jij je bewustzijn wilt verruimen moet je ervaren wat er gebeurd als jij je overgeeft aan het transcendente, hetgeen de grenzen van onze ervaringen overstijgt en in die zin betrekking heeft op hetgeen waarvan wij ons niet bewust zijn, van wat we niét weten. Het niet weten, oftewel, het onbekende van het onbewuste kan dan pas zijn werk doen.

Terugkerend naar de coachingspraktijk. Kan het ‘niet weten’ uit ons onbewuste dé informatie opleveren, die ons bewustzijn verruimt en daarmee nieuwe, maar wel authentieke informatie uit een hele andere bron ter beschikking stelt, dan de reeds bekende?

Het antwoord is volgens mij, ja! Het kan.

En wat is daar dan het voordeel van?

Als wij ons oor te luisteren leggen bij hetgeen waarvan wij ons niet bewust zijn, dan kunnen wij de verbinding leggen tussen de diepe kracht van deze innerlijke beleving en ons concluderend denkvermogen. Dit levert een uitgebalanceerd resultaat op, waarbij hart en hoofd vanuit gelijkwaardigheid ingezet kunnen worden.

Uiteindelijk draait alles om balans. Zowel in de fysieke wereld àls in de wereld van de psyche. Laten we daar ons voordeel mee doen.

Anne Pauen

BOG training & organisatieadvies DE REIS VAN DE HELD®

https://dereisvandeheld.nl/

Persoonlijke ontwikkeling: een noodzaak voor leidinggevenden

Laatst las ik een artikel van Klaas-Jan Klatten, psycholoog en organisatieadviseur,  met als titel:

Medewerkers verlaten niet hun baan, maar hun leidinggevende

Klaas- Jan spreekt duidelijke taal en kan zijn beweringen ook met wetenschappelijk onderzoek onderbouwen.

De strekking van zijn verhaal is: meer dan 5o procent van alle mensen verlaten hun baan vanwege hun ‘baas’. Dit wordt meestal niet uitgesproken en de meeste organisaties onderzoeken de oorzaak van vertrek niet grondig genoeg. Dat is jammer, want er valt veel winst te halen.

Klaas-Jan geeft aan dat een gemis aan zelfreflectie de hoofdoorzaak is. Leidinggevende zijn vaak onkritisch ten opzichte van zichzelf en denken graag dat de oorzaak voor een conflict altijd bij de ander zit.

Nu is dit fenomeen niet iets wat alleen maar bij leidinggevenden het geval is, dit verschijnsel kent ieder mens. Sterker nog, we worden zo geboren en blijven deze houding houden als wij niet te weinig tijd en energie in onze persoonlijke ontwikkeling investeren.

 

Zelfreflectie vraagt om moed

Het is normaal dat wij vanuit onze eigen blikwinkel de wereld bekijken, alles op onszelf betrekken en ervan uitgaan dat onze waarheid universeel is. Het vraagt om inzicht wil men zich realiseren dat ieder mens de wereld op een andere manier beleeft, dat wij constant onze wensen en verlangens op anderen projecteren en zij hetzelfde doen met ons.

Door deze aangeboren mechanismen leven wij in relaties die het resultaat van onze projecties zijn.  Als gevolg daarvan hebben wij met sommige mensen een goede relatie en met anderen een slechte. Verder niets mis mee zou je kunnen zeggen, zolang we niet in een afhankelijke relatie tot elkaar staan zoals, bij familie en collega’s op het werk, het geval is.

We mogen dus terecht van mensen in leidinggevende posities verwachten dat zij aan hun persoonlijke ontwikkeling werken en zich gesterkt weten door enige kennis van psychologische mechanismen.

Jammer genoeg is dat niet altijd het geval. Ook dat is begrijpelijk, immers vraagt zelfreflectie om moed.

Tenslotte komen wij in dat proces ook onze schaduwkanten tegen en dat kan behoorlijk pijn doen. Vrijwillig beginnen wij er dus niet zo gauw aan. Wat kan ons dan verleiden om het wel te doen? Zoals altijd en met alles heeft ieder nadeel ook een voordeel en omgekeerd. Het voordeel van zelfreflectie is een stap op weg naar meer bewustzijnsontwikkeling en het voordeel daarvan is: meer balans in je leven, minder stress in tussenmenselijke relaties, meer controle en zelfsturing aan je leven kunnen geven, meer geluk en tevredenheid.

Het is voor ieder mens inzichtelijk dat meer kennis van zaken uiteindelijk ook altijd iets oplevert. Laten we er dus aan gaan werken dat leidinggevenden het niet vervelend vinden om aan zich zelf te werken maar dat ze overtuigt raken van de grote winst die daarin ook voor hun persoonlijk te halen valt.

Mijn coachingstool DE REIS VAN DE HELD is één manier om mensen bij hun bewustzijnsontwikkeling te ondersteunen op weg naar Zelfkennis.

Zeker geen overbodige luxe in heel veel posities…

 

Over mannelijke en vrouwelijke aspecten in leiderschap

Wat een boeiend thema!

Vaak  roept het thema emoties op; maar alles wat emoties opwekt is interessant want blijkbaar triggert het iets in ons.

Toegegeven, het thema is vooral bij 50 plussers met ‘Vorsicht zu geniessen’. Immers, zij hebben de tijd van de vrouwenemancipatie nog actief meegemaakt. Dezelfde rechten als mannen hebben, dat wilden vrouwen toen, terecht natuurlijk en in veel opzichten mag je van een succes spreken. Maar er ging ook heel veel mis: wij (vrouwen) moesten ook veel inleveren. Bijvoorbeeld ons authentieke vrouw zijn. Wilde je echt iets bereiken in de mannenwereld moest je de regels van de old school-boys gaan volgen, anders kwam je er écht niet tussen. En laten we eerlijk zijn, er zijn nog steeds werkterreinen en functies  waar de lucht voor vrouwen gewoon te dun is. Het blijven mannenbolwerken.

 

Een paradigmaverschuiving is aan de gang

Moeten we daarom treuren? Nee, ik denk van niet. Want ging het in het verleden vooral erom om mee te mogen spelen, anno nu gaat het om transformatie. Daarmee is een verandering van denken, voelen en handelen bedoelt. Kortom een paradigmaverschuiving.

C.G. Jung was de eerste die in zijn psychologie het fenomeen van de mannelijke en vrouwelijke aspecten in de mens introduceerde. Daarmee bedoelde hij: in iedere man zit ook een vrouwelijk aspect, de Anima zoals in iedere vrouw een mannelijk aspect aanwezig is, de Animus.

 

Discussie over genderneutraal 

Aan deze aspecten zijn bepaalde eigenschappen gekoppeld.  De discussie die tegenwoordig gevoerd wordt heeft hiermee te maken en gaat over de vraag naar een genderneutraal perspectief. Men is van mening dat ieder mens een bepaalde hoeveelheid eigenschappen heeft, die eigenlijk niet meer aan een geslacht gekoppeld mogen worden.

Dat kan… maar ik ben het er niet écht mee eens. Voor mij is het begrip mannelijk en vrouwelijk een mooi manier om de verschillen te benoemen die diep binnen bij ieder mens onmiddellijk aangevoeld kunnen worden zonder dat men de eigenschappen hoeft te benoemen die hierbij horen. Want, het gaat juist om de verschillen, zolang we maar beseffen dat ze op een gelijkwaardige manier de twee delen van één geheel vormen.

De alchemisten noemden dit verschijnsel het heilige huwelijk. De vereniging van het mannelijk en vrouwelijke dat in zijn heelheid tot één wordt.

Het mannelijke en vrouwelijke als verschillende vormen van leiderschapsstijlen

Ik geef toe dat ik een beetje langs zijwegen gewandeld ben want wat heeft dit alles in godsnaam met een organisatie en leiderschapsstijlen te maken?

Jullie raden het natuurlijk al: alles!

Ervan uitgaand dat de Anima en de Animus in ons eigenschappen symboliseren die hun uiting vinden in de gedragingen van mensen, is het begrijpelijk dat iemand met veel mannelijke energie een sfeer creëert waarbij bepaalde eigenschappen de bovenhand voeren. Denk hierbij aan: actie, naar buiten gerichte handelingen, kaders scheppen, regelgevend, intellect en verstand gebruiken, hiërarchische structuren. Iedereen die dit in zich draagt, leuk vindt, belangrijk acht of normaal vind, maakt gebruik van zijn mannelijk deel. En let op, dat geldt dus ook voor vrouwen.

Heb je een organisatie die plat georganiseerd is, zelfsturende teams heeft, collegiaal overleg, veel waarde hecht aan goede onderlinge relaties, waar empathisch vermogen getoond wordt, dan is er sprake van een organisatie die veel vrouwelijke eigenschappen vertoont.

Nu hoor ik iedereen roepen: het lijkt wel alsof de mannelijke eigenschappen alleen maar negatief zijn en de vrouwelijke positief. Maar dat is niet zo: het is alleen zo, dat wij door een paradigmaverschuiving,  die in de laatste jaren heeft plaats gevonden, deze eigenschappen op dit moment als positief ervaren. Objectief gezien zijn namelijk alle eigenschaften goed en hebben alle positieve eigenschappen  ook een schaduwkant.  Denk aan het vrouwelijk principe van binding: enerzijds de positieve kant van een fijne relatie, anderzijds de negatieve kant van verstikking of de mannelijke eigenschap van begrenzing. Hierdoor kan men zich veilig terugtrekken in zijn holletje of benauwd voelen.

Wat wordt dan de conclusie:

Aangezien er al heel wat is veranderd in onze kijk op het vrouwelijke en mannelijke zouden wij de eigenschappen die ons goed doen en bevorderlijk zijn voor een goede sfeer in een organisatie stimuleren. Dat doen we niet door meer vrouwen op bepaalde posities te zetten maar onafhankelijk van het geslacht van een persoon eigenschappen te stimuleren die dienlijk zijn voor het welzijn en de sfeer in een organisatie.

https://dereisvandeheld.nl/trainingen/losse-modules/

 

 

 

Een Jungiaanse lezing van de mystieke schoonheid van taal bij Meister Eckhart

In deze essay van 7 november 2016  probeer ik een beschrijving te geven van de mystieke schoonheid die schuil gaat achter de woorden van Meister Eckhart. Carl Gustaf Jung, een van de grondleggers van de dieptepsychologie, gebruikte hiervoor de term ‘het  numineuze’, waarmee hij de intrinsieke drijfveer aan wilde duiden die de mens onbewust aanzet tot de vereniging met het goddelijke in hemzelf. Een boeiend onderwerp voor de naar zingeving zoekende mens van deze tijd. Meister Eckhard blijft inspireren en is door zijn veelal abstracte taalgebruik juist voor de rationeel ingestelde westerse mens een echte uitdaging. Lees verder